BIOGRAFIE


“Lieven Tavernier zij geprezen voor deze (De fanfare van honger en dorst) en andere geniale teksten. Eén van de mensen die Vlaanderen niet eert én zou moeten eren, zoals Emile Verhaeren. Eén van de grote zonen van Vlaanderen!”

Benno Barnard (bij Friedl Lesage op Radio 1)

 

DE DOORBRAAK

Voor een groot publiek werd de naam Lieven Tavernier pas bekend nadat Jan De Wilde voor zijn cd Héhé (’91) niet minder dan drie nummers van Tavernier in het collectieve geheugen zong: Eerste Sneeuw, De Verdwenen Karavaan en het definitieve Gentse stadslied De fanfare van Honger en Dorst.

De nieuwsgierigheid naar Tavernier was daarmee bij velen gewekt, maar deze haastte zich uit de schijnwerpers . Bij latere spaarzame optredens van Tavernier klonk het steevast bij het publiek: “mooie nummers, maar waarom moet hij zonodig nummers van De Wilde zingen.” De grote verdwijntruc.

 

DE ZES VAN GENT

Tavernier zou gebleven zijn waar hij het liefst was: op zijn kamer, met zijn gitaar. Tot in ’91 Koen Wostyn (Radio Bangkok) hem meesleurde in de nu al legendarische formatie ‘De Zes van Gent’ (The Pink Flowers, toenmalige Gorky, Les Charmeurs, The Paranoid Polaroids, The Candy-Dates, De Vrienden van Lieven Tavernier).



De man die ons dit openbaarde, was Lieven Tavernier ( beroep: brein). Vanaf het moment dat hij een veelgeziene gast op onze fuiven werd, kwam er schot in de zaak. Hij bracht mee: capo’s, mondharmonica’s, een hoop sterke verhalen en vele platen van Bob Dylan, Woody Guthrie en Françoise Hardy. Van ons kreeg hij terug : The Smiths, The Jesus & Mary Chain, The House of Love en The Stone Roses. Zijn tuinfeesten vormden de inspiratiebron voor talloze clandestiene parkfuiven die we in de daaropvolgende maanden in het Gentse Citaldelpark organiseerden, en het spreekt vanzelf dat elk woord uit zijn mond vlijtig door ons werd opgetekend: wat hij zei, was mijlenver verwijderd van de cynische wij-hebben-alles-gezien mentaliteit waar de meeste van onze leeftijdsgenoten onder gebukt gingen.” - Koen Wostyn in de persmap over ‘De Zes van Gent’

 

BRUNO & NILS

Via ‘De Zes van Gent’ kwam Tavernier in contact met Bruno Deneckere en Nils De Caster van The Pink Flowers. Bij die eerste ontmoeting dacht Tavernier dat deze jonge kereltjes hem in elkaar zouden rammen. Het bleek echter dat ze hem wilden omarmen, meer nog ze stelden zélf voor hem te begeleiden. Tavernier sputterde tegen, zei (terecht) dat hij maar drie akkoorden kende, waarop Deneckere verklaarde dat indien in de goede volgorde gespeeld, drie akkoorden voldoende waren. De eerste begeleidingsband van Tavernier was geboren. Van nu af aan hoefde hij nooit meer moederziel alleen op een podium te staan.

 

EEN BIJZONDER KIND

Lang voor zijn grote doorbraak werkte Tavernier op allerlei domeinen: hij was muziekrecensent van het geruchtmakende muziektijdschrift Tliedboek, schreef een column ‘Tlieverdje’ in het Gentse studententijdschrift Campus, recenseerde boeken in De Morgen, publiceerde de cultnovelle ‘Over Water’, de grote liefdesverklaring aan zijn geboortestad Gent, Gentse vrienden en kunstenaars, en tenslotte kwam er een verzameling columns: 'Tlieverdje' voor Luk Saffloers 'De gewapende man' en 'Een bijzonder kind' voor Betty Mellaerts radio 1-programma ‘Het Vermoeden'.

Na zijn schrijfactiviteiten zou hij pas in ‘95 als singer-songwriter naar buiten komen met de cd Doe het licht, in een productie van Patrick Riguelle.

 

DOE HET LICHT

‘Doe het licht’ was Taverniers eerste cd (1995) in een productie van Patrick Riguelle. Muzikanten waren o.a. Bruno Deneckere, Nils Decaster, Armand Bourgoignie, Ivo Tops, Jan de Smet etc.

De grote kracht van Tavernier ligt erin dat hij in een toegankelijke en toch poëtische taal én in een vertrouwde context dingen en ontroeringen kan poneren die iedereen ook zo aanvoelt en onderkent, maar waar men echter tot nog toe de woorden niet voor vond.” - Stefan van den Bossche in Ons Erfdeel

Maar het ging duidelijk om de liedjes (op Dranouter Festival) die aangrijpen omdat ze ruimte laten om te dromen, maar precies dat invullen wat iedereen ooit aanvoelde doch niet kon verwoorden(de verdwenen karavaan). Omdat ze meerduidig zijn als het leven zelf: niets is ooit zo’n warme herinnering of er zit spijt in om wat niet weer kan zijn(eerste sneeuw), niets is ooit zo droevig of er gaat wel een dosis humor of (zelf)relativering achter schuil (De fanfare van honger en dorst). Soms neemt het leven revanche voor vroeger onrecht (De gouden schaar) soms zet oeverloos verdriet om nooit rechtgezet onrecht aan tot zachte revolte (Julia Roels). Af en toe is er plaats voor rust en reflectie, zijn de onweerswolken (nog) niet dreigend nabij (Molenstraat, Doe het licht). Het is het gevoel dat je krijgt bij liedjes van Brel, Brassens of Randy Newman.” - Antoine Legat in De Standaard

Tot slot spreek ik hier de hoop uit dat al de lekkere wijven en vlotte jongens van Vlaanderen en Nederland zich dit juweeltje van een ceedeetje zou aanschaffen zodat ze voor een keer met de echte beschaving worden geconfronteerd en ze het inzicht zouden verwerven dat het ontzettend onbeleefd is voortdurend met kauwgom in de bek rond te lopen en elkaar met motherfucker aan te spreken, want daar word ik op den duur zot van.Leve de beschaving, leve Tavernier!” - Luk De Vos

 

HET GESPUIS

Na 'De Zes van Gent' zijn Lieven Tavernier, Bruno Deneckere en Nils De Caster weer samen in 'Het Gepuis'.

Het gespuis is een gents artiestencollectief, dat muziek, woord en grafische kunst onder één dak brengt. Het is een bende speelzieke kinderen op zoek naar de natural drug. Een creatieve leefwereld waarin muzikanten gastheer spelen voor eender welke vorm van expressie. Het huis van het gespuis staat open voor poëten zonder eten, cirusartiesten zonder circustent, partituren op papier-maché, martelaren van de gespannen doch gevoelige snaar, fotografen van improvisatie, hofnarren zonder hof, zangers voor het leven...

Wat krijg je als je een strijkkwartet kruist met een visueel kunstenaar?
Een rockgroep loslaat op een dichter ?
Een geluidstechnicus een fotograaf laat verlichten ?

Bij het Gents collectief 'Het Gespuis' komen muziek, woord en beeld samen in een twee uur durend spektakel. Liedjes en gedichten in een decor van licht en beeld.

www.gespuis.be

ILJA

Bijna acht jaar na het verschijnen van ‘Doe het licht’ is er ‘Ilja’. ‘Waarom heeft het zo lang geduurd?’ vraagt iedereen zich bezorgd af.

‘Waarom heeft het zo kort geduurd?’ antwoordt Tavernier snedig. Waar een ander als een hazewind van de ene cd naar de andere jaagt (zie bvb. Jan de wilde), is er Tavernier voor wie het voorbijgaan van tien jaar een nauwelijks hoorbaar zuchtje is in de Grote Wind van de Tijd.

Achter de raadselachtige titel ‘Ilja’ (do not ask, my friend, do not ask….) schuilen elf nummers die als zeer oude flessen wijn in het donker bleven liggen, af en toe voorzichtig omgedraaid werden en waar het stof van de tijd neerdaalde op de nog nauwelijks leesbare titels en jaartallen. Zo dateert de oudste fles ‘Joshua’ van een goede dertig jaar geleden, toen Tavernier en zijn zingende ‘compagnon de route’ Jacques Verniers van de ene talentenwedstijd naar de andere trokken . Het meest recente ‘De klokken van Sint-Baafs’ is dan weer nagenoeg gloednieuw, een kleine acht jaar geleden geschreven. Het heeft Tavernier nooit gestoord dat hij zijn songs schreef, ze in de kluis stopte en er niet meer naar omkeek. Laat anderen maar vrolijk hinniken dat je ‘mee’ moet zijn. ‘Kaboel’ is een kleine twintig jaar geleden geschreven zegt Tavernier ‘als u begrijpt wat ik bedoel.’

NIET VOORBIJ

“Een wonderlijke plaat. Ontroerend, pakkend, mild. Scherp en accuraat en mooi geformuleerd. Ik hou ervan.”
(Mark Lefever Radio 1)

“…Ik heb vooral genoten van de titeltrack Niet Voorbij. Muzikaal is het een song om Daniel Lanois jaloers te maken. De haren op mijn lijf komen recht, telkens opnieuw,wanneer ik naar deze track luister…Muzikaal denk ik ook dat ik een nieuwe term moet gaan gebruiken: Flemish Lapsteel. Wat Nils De Caster hier uit zijn instrument haalt is werkelijk adembenemend…"
(Dries BranRuz op www.folkroddels.be)

" De manier waarop Tavernier zijn eigen sterfelijkheid in een groter geheel schetst is alleen de besten gegeven. Ook ‘ in Knokke’ of ‘foto in de gang ‘ bieden stof tot reflectie, maar krijgen tegengewicht met hilarische observaties of verhalen zoals in ‘Jimmy Winters’ en ‘Hollywood'. En ondertussen klinkt een verrukkelijke stroom muziek vol organische instrumenten die beheerst en met een feilloos gevoel voor lyriek bespeeld worden."
(Dirk Fryns in De Tijd)

 

Midden oktober 2004 betrokken Lieven Tavernier en een aantal muzikanten een kleine feestzaal in Machelen, waar ze in tien dagen een nieuwe c.d. 'Niet voorbij' wilden opnemen.

Het productieproces

Midden oktober 2004 betrokken Lieven Tavernier en een aantal muzikanten een kleine feestzaal in Machelen, waar ze in tien dagen een nieuwe c.d. 'Niet voorbij' wilden opnemen.

De vorige 'Ilja' (zomer 2002) was nog opgenomen in een kleine studio middenin het Gentse Patershol. Ditmaal moest er herfst in de lucht hangen, bij voorkeur zware regenwolken, de velden mochten er al kaal bijliggen, kortom een ideaal Tavernier-weertje . Het hoefde ook weer niet té treurig te zijn, dus werd er uitgekeken naar een locatie waar de jeu de boules kon beoefend worden tijdens de rustpauzes.

Aan nummers niet onmiddellijk gebrek, aangezien Tavernier al jàren in zijn eentje, ver weg van de podia, zijn songs in elkaar knutselt en een behoorlijk voorraadje had aangelegd waaruit producer Nils De Caster kon kiezen. Alleen 'In Knokke' werd tijdens de opnames geschreven, de andere songs lagen al jaren te wachten: zo moet 'Jimmy Winters' al een twintig jaar in de dozen blijven liggen zijn.

Hoewel Nils en Lieven aanvankelijk een zeer sobere plaat voor ogen stond, een replica van hun zaaloptredens (met Mario Vermandel aan de bas, Yves Meeersschaert aan de toetsen en Nils De Caster voor alle overige instrumenten) veranderde tijdens de opnames geleidelijk de kleur van de opnamen. Gastgitarist Marty Townsend, percussionist Ron Reuman en Eric Drabs (op 'Ilja' hoofdzakelijk akoestische gitaar, maar nu heel verrassend met klarinet, sopraansax en basklarinet) werden door producer Nils De Caster naar een geluid gebracht dat nog weinig overeenkomst vertoonde met het vroegere 'Ilja'. Pretentieus, zeer, zeer pretentieus allicht, maar de geesten die hen omringden, waren die van Gilian Welch, Steve Earle en Daniel Lanois.

Na de opnames vond Tavernier in het schilderij ' Thé ' van Piet Pollet datgene waarover zijn songs gaan. Een heel stille wereld waarin de aanwezigen al afwezig zijn en de afwezigen zeer aanwezig.

Tekst & muziek

Alle nummers: lieven tavernier
(behalve 'Holywood ': muziek: David McNeil, tekst: McNeil, lieven tavernier, miel appelmans)

Muzikanten

  • lieven tavernier : zang,gitaar
  • bruno deneckere : banjo,mondharmonica
  • marty townsend : elektrische gitaar,akoestische gitaar,baritongitaar
  • ronny reuman : percussie
  • yves meersschaert : piano, Hammond, accordeon
  • nils de caster : pedal steel,gitaar,backing vocals
  • mario vermandel : elektrische bas, contrabas
  • eric drabs : akoestische gitaar,klarinet,sopraansax,basklarinet
Credits
  • productie : nils de caster
  • opname en techniek : john mayard
  • mastering : electric city
  • grafische vormgeving: ronny reuman
  • foto : johan de meester
  • schilderij : piet pollet ' thé '

 

 

wind & rook

DE VIERDE CD VAN LIEVEN TAVERNIER

Wind & rook (de maison bleue sessies) werd in drie dagen live opgenomen
zonder overdubs in de woonkamer van producer Nils De Caster.
What you hear is what you get.
(vanaf 1 november beschikbaar)


“This is as close as you can get to tavernier “ (Nils De Caster)

 

Lieven Tavernier & “De Plechtige Muzikanten “

Muzikanten

  • Lieven Tavernier : zang & gitaar
  • Nils De Caster: dobro, gitaar & mandoline
  • Yves Meersschaert : piano & accordeon
  • Bruno Deneckere : gitaar, banjo & mondharmonica
  • Mario Vermandel: Vaste bassist bij Tavernier & groep. Helaas & diep betreurd, kon Mario niet opnemen wegens tendinitis. Uit totale eerbied voor onze geliefde vriend werd besloten de c.d. dan op te nemen zonder bassist.

 

Gasten

  • Sarah D'hondt: zang
  • Frank Vantroyen: bastuba